Rb. Rotterdam 25 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4993

Het zorgkantoor heeft de aanvraag van verzoeker om een persoonsgebonden budget (PGB) afgewezen. Verweerder was gehouden was de nieuwe aanvraag van verzoeker af te wijzen op grond van artikel 2.6.4, eerste lid, aanhef en onder l, van de Regeling, omdat verzoeker zich gelet op Rb. Rotterdam 18 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5307 niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder PGB opgelegde verplichtingen. Voor een belangenafweging die verzoeker voorstaat ziet de voorzieningenrechter, gelet op het dwingendrechtelijke karakter van die bepaling, geen ruimte. Indien verweerder bereid is onder bepaalde voorwaarden een deel van de zorg in de vorm van een PGB te verstrekken ligt het gelet op de imperatieve weigeringsgrond van artikel 2.6.4, eerste lid, aanhef en onder l, van de Regeling niet op de weg van de voorzieningenrechter om zich te buigen over de vraag of aan de voorwaarden is voldaan waaronder verweerder daartoe bereid is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken