Rb. Rotterdam 12 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4752

Naar het oordeel van de rechtbank geeft de toelichting op artikel 6 van de Verordening afstemming en handhaving Wwb, Ioaw, Ioaz Rotterdam 2013 onvoldoende inzicht in de criteria op grond waarvan het onderscheid wordt gemaakt tussen een lichte en een gewone verplichting (lees: waarschuwing en maatregel) en tussen het niet of onvoldoende nakomen van een dergelijke verplichting (lees: maatregel van 30% en maatregel van 100%). Uit de toelichting op artikel 6 van genoemde verordening blijkt onvoldoende duidelijk welk handelen of nalaten van een bijstandsgerechtigde aanleiding kan geven tot het opleggen van een waarschuwing, een maatregel van 30% of een maatregel van 100%. Met de vaststelling van dit artikel heeft de gemeenteraad dan ook geen juiste uitvoering gegeven aan de hem in artikel 8 van de Wwb toegekende verordenende bevoegdheid. Dit betekent dat artikel 6 van de Afstemmingsverordening 2013, dat vanwege het daarin vastgestelde systeem van categorieën en maatregelen ondeelbaar is, in zijn geheel verbindende kracht mist. Het argument van verweerder dat uit de toelichting blijkt dat in eisers situatie een maatregel van 100% aan de orde is, acht de rechtbank niet steekhoudend. De verbindendheid van deze bepaling moet in algemene zin worden beoordeeld en niet per geval aan de hand van de vraag of de toelichting iets vermeldt over de concrete gedraging die aan de orde is. Zoals de Raad in zijn uitspraak van 25 februari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:608) heeft overwogen, bevat artikel 8 van de Verordening afstemming en handhaving Wwb Rotterdam 2009, zoals deze luidde van 1 juli 2011 tot 1 april 2013, een ondeelbaar systeem van categorieën en maatregelen. Hetzelfde geldt voor artikel 6 van de Verordening afstemming en handhaving Wwb, Ioaw, Ioaz Rotterdam 2013.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken