Rb. Rotterdam 26 februari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1087
Het (later gefailleerde) bedrijf X heeft ten behoeve van de bank het recht van hypotheek gevestigd op percelen grond, die behoren tot een vakantiepark. Nadien heeft X stacaravans ("chalets") gekocht. In deze zaak strijden de bank en de leverancier die stelt de chalets onder eigendomsbehoud aan X te hebben geleverd over de vraag of de chalets door natrekking eigendom zijn geworden van X en aldus onder het hypotheekrecht van de bank zijn komen te vervallen en vervolgens over de vraag of de leverancier onrechtmatig jegens de bank heeft gehandeld door de chalets van het vakantiepark te verwijderen en weer tot zich te nemen, in de veronderstelling dat hij een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud had bedongen. Beide vragen worden bevestigend beantwoord en de leverancier wordt veroordeeld tot schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl