Rb. Rotterdam 12 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10346
Uitzendconstructie zeelieden onder gelding van het WvK (oud). Vordering tot verklaring voor recht dat zee- arbeidsovereenkomsten, of daarmee gelijk te stellen rechtsverhoudingen tot stand zijn gekomen met zeelieden. Tewerkstelling zeelieden in dienst van een derde op verschillende schepen van éénschipsrederijen uit een groep. Verkoop schepen. Bedrijfsbeëindiging. Geweigerde ontslagvergunningen. Afgewezen ontbindingsverzoeken. Wijze van totstandkoming van een arbeidsovereenkomst. Geen zee-arbeidsovereenkomsten, of daarmee gelijk te stellen rechtsverhoudingen, tot stand gekomen. Handelen in strijd met art.406 (oud) WvK. Geen handelen in strijd met goed (zee-)werkgeverschap aangenomen. Vorderingen tot verklaring voor recht dat onrechtmatig is gehandeld jegens zeelieden niet toewijsbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl