Rb. Rotterdam 11 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10036
Gelet op de uitspraken van de rechtbank van 15 maart 2012 (ECLI:NL:RROT:2012:BV9210) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 10 september 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:104) staat vast dat het aanwijzingsbesluit, dat ertoe strekte dat eiseres haar beleggingsportefeuille in goud blijvend afbouwde, onrechtmatig is. Naar het oordeel van de rechtbank is - gelet op hetgeen in de procedure is gebleken over de ontwikkeling van de goudprijs - voldoende komen vast te staan dat eiseres schade heeft geleden en dat deze schade is veroorzaakt door verweerster. Aan de hand van het dashboardmodel en de daarop gegeven toelichting gedurende de procedure, acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres (een deel van) het goud in de drie opeenvolgende fases en in elk geval in één van de fases, zou hebben verkocht. De rechtbank acht aannemelijk dat eiseres het goud in de fases 6, 7 en 8 zou hebben verkocht en dat daarbij een verdeling zou zijn gehanteerd van 20% in fase 6 (op 20 april 2011), 30% in fase 7 (op 22 juli 2011) en 50% in fase 8 (op 8 augustus 2011). De schade komt hiervan uitgaand uit op een schadebedrag van € 4.821.966,- dat verweerster aan eiseres dient te vergoeden. Het schadebedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak tot aan het moment van de daadwerkelijke betaling. De schade in verband met interne kosten en externe kosten komt niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank ziet wel aanleiding verweerster te veroordelen in de proceskosten die eiseres in deze schadestaatprocedure heeft moeten maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl