Rb. Rotterdam 27 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA2615
Vordering tot verklaring voor recht ter zake van aansprakelijkheid voor bodemverontreining. Deskundigenbericht is ter comparitie toegelicht en op een aantal punten nader onderbouwd door de deskundige. De bezwaren van de gedaagde partij tegen de uitkomsten van het deksundigenonderzoek worden in dat licht gepasseerd. Dat leidt ertoe dat de rechtbank uitgaat van de juistheid van de bevindingen van de deskundige. Dat betekent dat de gedaagde partij (in relatie tot eiser 1) niet is geslaagd in het bewijs dat de bodemverontreiniging buiten zijn schuld is ontstaan en dat eiser 2 (in de relatie eiser 2 - gedaagde) is geslaagd in het bewijs dat de bodemverontreiniging in relevante mate door gedaagde is veroorzaakt. Verklaringen voor recht van zowel eiser 1 als eiser 2 toewijsbaar. Vanwaardeverklaring beslag niet toegewezen omdat daaraan inmiddels geen relevant effect meer toekomt (beslag gelegd in 1982).
De uitspraak op rechtspraak.nl