Rb. Rotterdam 26 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA2535
punt 43 van de considerans van richtlijn 2004/18/EG; artikel 45 lid 2 sub d richtlijn 2004/18/EG; artikel 45 lid 3 sub d Bao; artikel 45 lid 3 sub g Bao; HvJ d.d. 13 december 2012 LJN: BY7194; Hoge Raad d.d. 7 december 2012 LJN: BW9233; artikel 6 lid 1 Wira; ernstige fout; toetsen per concreet geval; elk onrechtmatig gedrag van de betrokken marktdeelnemer dat invloed heeft op zijn professionele geloofwaardigheid, gewoonlijk gedrag dat wijst op kwaad opzet of nalatigheid van een zekere ernst; boete NMa ernstige fout; onherroepelijk besluit niet vereist; ruimere invulling van en minder strenge eis aan artikel 45 lid 2 sub d richtlijn 2004/18/EG (45 lid 3 sub d Bao), wel zwaardere motiveringsplicht voor aanbestedende dienst bij uitsluiting; op grond van de aanbestedingsrechtelijke beginselen en de Nota van Toelichting op artikel 45 Bao moet een beslissing tot uitsluiting steeds proportioneel zijn, zelfs als dat niet met zoveel woorden uit het beschrijvend document blijkt; proportioneel houdt in dat de uitsluiting en de duur van die uitsluiting in verhouding moeten staan tot de aard, omvang en ernst van de onregelmatige gedraging en de aard en omvang van de overheidsopdracht, waarbij in aanmerking moet worden genomen wat voor verbetermaatregelen het betrokken bedrijf inmiddels genomen heeft met “terugkijktermijn” van vier jaar; nu het bij de beoordeling van de kwaliteitscriteria niet om een relatieve, maar een absolute beoordeling gaat, doet het voor de rangorde niet ter zake dat een inschrijving achteraf alsnog ongeldig is verklaard; beperkte beoordelingsvrijheid van de voorzieningenrechter: slechts in geval van aperte - procedurele dan wel inhoudelijke - onjuistheden of van evidente schending van de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie in het kader van de beoordeling, is plaats voor ingrijpen van de voorzieningenrechter; artikel 6 lid 1 Wira moet zo worden uitgelegd, dat een latere aanvulling van de daarin bedoelde relevante redenen die ten grondslag liggen aan de beslissing dat een inschrijver niet als winnaar uit de bus is gekomen, in beginsel niet mogelijk is, tenzij sprake is van bijzondere redenen of omstandigheden; artikel 6 lid 1 Wira verzet zich er niet tegen dat in de gunningsbeslissing vermelde redenen door de aanbestedende dienst later nader worden toegelicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl