Rb. Rotterdam 2 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA1207
Verweerder, de sociale dienst, heeft het recht van eiseres op een voorlopige tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang ingetrokken, omdat de verlening hiervan onjuist was en eiseres dit wist of behoorde te weten (artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb). De rechtbank begrijpt dat verweerder eiseres verwijt dat zij haar mededelingsplicht heeft geschonden, omdat zij verweerder niet heeft medegedeeld dat zij zich gedurende de periode dat zij de tegemoetkoming ontving niet heeft georiënteerd op de arbeidsmarkt en dat zij met ingang van 12 augustus 2011 een pgb ontving. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat er concrete afspraken met eiseres waren gemaakt ten aanzien van de oriëntatie op de arbeidsmarkt en dat eiseres zich niet aan deze afspraken heeft gehouden, laat staat dat eiseres hiervan op enig moment - welk moment is niet duidelijk - mededeling aan verweerder had moeten doen. Verweerder kan eiseres dan ook niet tegenwerpen dat zij haar mededelingsplicht ten aanzien van de oriëntatie op de arbeidsmarkt heeft geschonden. Voorts is niet gebleken dat eiseres door de toekenning van het pgb voor haar dochter voor minder uren gebruik had kunnen maken van kinderopvang. Ook overigens heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat en op welke wijze de toekenning van het pgb van invloed zou kunnen zijn op de hoogte van de tegemoetkoming, zodat eiseres ten aanzien hiervan geen mededelingsplicht had. Daarbij komt dat, voor zover eiseres al melding diende te maken van de toekenning van het pgb, zij dit kort na de toekenning hiervan heeft gedaan. Niet valt in te zien dat eiseres dat eerder had moeten melden, reeds omdat zij op dat moment nog geen geld had ontvangen. Eiseres heeft de aan de tegemoetkoming verbonden mededelingsplicht dan ook niet geschonden, zodat verweerder niet bevoegd was de tegemoetkoming op die grond in te trekken en het betaalde bedrag aan tegemoetkoming van eiseres terug te vorderen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl