Rb. Rotterdam 14 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA1205
Eiseres heeft een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven aangevraagd. Verweerster heeft aan eiseres een bedrag van € 1.775,- voor immateriële schade toegekend. Uitkering van dit bedrag is echter niet mogelijk, omdat de dader inmiddels een bedrag van € 2.500,- aan eiseres heeft betaald wegens immateriële schade. De rechtbank dient de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven terughoudend te toetsen, aangezien de beslissing over (de hoogte van) een uitkering uit het schadefonds op een discretionaire bevoegdheid van verweerster berust. Verweerster heeft verwezen naar de letsellijst. De rechtbank acht het in de letsellijst neergelegde indicatieve beleid niet kennelijk onredelijk. Verweerster heeft naar voren gebracht dat bij één of meer ontsierende littekens in het gelaat als gevolg van glasverwondingen, zoals bij eiseres, een uitkering in letselcategorie 1 van de letsellijst wordt toegekend. Gelet op de mate van ontsiering heeft verweerster, mede op basis van het advies van haar medisch adviseur, besloten eiseres in aanmerking te laten komen voor een uitkering voor immateriële schade conform een hogere letselcategorie, te weten categorie 2. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerster niet op het advies van haar medisch adviseur heeft mogen afgaan. Verweerster heeft dan ook in redelijkheid kunnen vaststellen dat eiseres in aanmerking komt voor een uitkering wegens immateriële schade van € 1.775,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl