Rb. Rotterdam 18 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7921
eiser heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend, onder meer bestaande uit omzetderving, omdat zijn pand in de [X-straat] als gevolg van onderhouds-werkzaamheden aan deze straat niet goed bereikbaar was. Nu de genomen verkeersmaatregelen om de [X-straat] in verband met de uitvoering van de werkzaamheden af te sluiten voor een periode van meer dan vier maanden werden aangekondigd en niet met zekerheid is komen vast te staan wanneer de straat weer voor verkeer open werd gesteld, had verweerder in dit geval een verkeersbesluit moeten nemen. Nu aan de door eiser gestelde schade een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb ten grondslag had behoren te liggen, is zijn bezwaar terecht ontvankelijk verklaard. Gelet op de omstandigheid dat de gemeente al voor dat eiser het huurcontract voor het betreffende pand had getekend met werkzaamheden in de directe omgeving van de [X-straat] was gestart en daarover aan bewoners en ondernemers in de omgeving van de [X-straat] informatie had verschaft, had eiser van de geplande werkzaamheden in de [X-straat] op de hoogte kunnen zijn. Voorts geldt naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als uitgangspunt dat het treffen van een verkeersmaatregel, als hier aan de orde, als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de daardoor getroffenen mogen worden gelaten. Niet is aannemelijk gemaakt dat eiser als gevolg van de getroffen maatregelen onevenredige, buiten zijn normaal maatschappelijk risico vallende en redelijkerwijs niet ten laste van hem komende schade heeft geleden. Daarbij komt dat een ondernemer die in een binnenstad of op een centrumlocatie een bedrijf exploiteert rekening moet houden met het risico van verkeersmaatregelen, waardoor de bereikbaarheid van de onderneming afneemt.
De uitspraak op rechtspraak.nl