Rb. Rotterdam 18 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7903

Naar het oordeel van de rechtbank betoogt eiseres met succes dat zij geen levensmiddelenbedrijf is in de zin van Verordening (EG) nr. 178/2002, nu slechts sprake is van een kantoor. Er worden door eiseres geen levensmiddelen geproduceerd, verwerkt of gedistribueerd. Daarmee is eiseres ook geen exploitant. De veiligheid is gegarandeerd nu eiseres, die bemiddelt bij de verkoop van grondstoffen en verwerking daarvan door levensmiddelenbedrijven aan levensmiddelenbedrijven en fysiek geen contact met de producten heeft waarvoor bemiddeld is, bij haar activiteiten geen risico’s voor de voedselveiligheid genereert en de andere betrokken partijen alle HACCP gekwalificeerde bedrijven betreffen. Met andere woorden, door de kantoorfunctie als bemiddelaar is er bij de activiteiten van eiseres geen sprake van risico’s voor de voedselveiligheid. Hieruit volgt dat eiseres artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 852/2004 niet heeft overtreden, zodat verweerder niet bevoegd was hiervoor een boete op te leggen aan eiseres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen