Rb. Rotterdam 17 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7682
De rechtbank komt tot de conclusie dat met een ambtsedig rapport van bevindingen enerzijds en een onder ede afgelegde verklaring van huurder anderzijds, niet is vast te stellen of het binnentreden van de woning al dan niet is geschied op basis van “informed consent” en of het bewijs daardoor al dan niet onrechtmatig is verkregen. Omdat eiser (verhuurder) geen beroep toekomt op schending van het huisrecht, is de rechtbank van oordeel dat al zou er sprake zijn van onrechtmatig verkregen bewijs, onvoldoende aanleiding is voor het oordeel dat verweerder de tijdens het huisbezoek verkregen informatie jegens eiser niet had mogen gebruiken.
De uitspraak op rechtspraak.nl