Rb. Rotterdam 4 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6312

Doodslag en verkrachting bewezen. Hoewel sprake van vooraf per email gemaakte afspraken over betaalde seks, acht de rechtbank de lezing van verdachte, dat eerst na de met instemming van het slachtoffer verrichte seksuele handelingen er problemen ontstonden omdat hij niet in staat was te betalen, niet aannemelijk geworden. Uit de emails blijkt dat nog de avond voor de ontmoeting werd afgesproken dat verdachte het slachtoffer bij aankomst in zijn woning, waar de seks zou plaats vinden, zou betalen. Bovendien heeft de buurman van verdachte rond het tijdstip van aankomst van verdachte en het slachtoffer bij de woning een van angst schreeuwende vrouw gehoord en geluiden alsof iemand naar binnen werd gesleurd, waarop deze buurman een begeleidster heeft gewaarschuwd. De rechtbank acht - mede gelet op het geconstateerde letsel aan vagina en anus - bewezen dat sprake is geweest van onvrijwillig met geweld seksueel binnendringen bij het slachtoffer. Beroep op noodweer exces verworpen. Wel aannemelijk dat het slachtoffer op enig moment een mes heeft gepakt en daarmee verdachte aan zijn arm heeft verwond. Echter niet aannemelijk dat sprake was van wederrechtelijke aanranding van verdachte, nu het slachtoffer degene is geweest die zich heeft moeten verdedigen. Gelet op autisme stoornis wordt verdachte verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht en hem conform eis een straf opgelegd van 8 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen