Rb. Rotterdam 20 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5532
Eiser (curator) vordert dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van B.V. waar gedaagden bestuurder van zijn/waren. Jaarstukken niet tijdig gedeponeerd (artikel 2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim. Niet voldaan aan de boekhoudverplichting (artikel 2:10 BW). Beroep op disculpatie slaagt niet. Op grond van het bepaalde in artikel 2:138 lid 2 BW wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Gedaagden worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van het wettelijk vermoeden dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
De uitspraak op rechtspraak.nl