Rb. Rotterdam 6 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3315
Dienen de bestuurders van een stichting door de rechtbank te worden geschorst en ontslagen op de voet van het bepaalde in artikel 2:298 BW? Verzoekers zijn een aantal vennoten van een commanditaire vennootschap. Deze vennootschap heeft als statutair doel het aantrekken van gelden ten behoeve van het verwerven, beheren en exploiteren en/of ontwikkelen van onroerende zaken, in het bijzonder in het Mayflowergebied, nabij Salt Lake City in Amerika. Beherend vennoot van deze commanditaire vennootschap is een stichting. Verzoekers verzoeken de rechtbank het bestuur van deze stichting (verweerders) te ontslaan en hangende het onderzoek, bij wijze van voorlopige voorziening, het bestuur te schorsen en (voorlopig) te voorzien in een nieuw bestuur. Volgens verzoekers handelt het bestuur in strijd met de wet en de statuten en maakt het zich schuldig aan wanbeheer. Verweerders bestrijden dit. De rechtbank overweegt dat verweerders op diverse punten in strijd met de statuten hebben gehandeld, alsmede in strijd met een door de vennoten en het bestuur gesloten vaststellingsovereenkomst. Dat laatste is een aanwijzing voor wanbeheer. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende reden om aan de juistheid van het gevoerde beleid te twijfelen en bestaat er grond voor voorlopige voorzieningen in het bestuur, erin bestaande dat drie van de vier bestuursleden hangende het onderzoek, d.w.z. voor de duur van dit geding, zullen worden geschorst en dat twee tijdelijke bestuurders aan het bestuur zullen worden toegevoegd, zulks voor de duur van vooralsnog drie maanden te rekenen vanaf de datum van deze beschikking. Tot de bestuurstaak van de te benoemen tijdelijke bestuurders zal ook behoren het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de stichting en de commanditaire vennootschap.
De uitspraak op rechtspraak.nl