Rb. Rotterdam 4 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3231

AFM heeft drie ondernemingen een last opgelegd gericht op informatieverstrekking. Nadat de lasten zijn geschorst door de voorzieningenrechter heeft AFM de lasten ingetrokken en van een van de ondernemingen alsnog de informatie verkregen. De andere ondernemingen en hun beleidsbepalers vrezen dat AFM deze informatie doorspeelt aan het openbaar ministerie. Zij stellen daarom beroep in tegen de besluiten op bezwaar waarin AFM hun bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Voorts dienen zij een verzoek om voorlopige voorziening in. Het oogmerk van de verzoeken van verzoekers in deze procedure is dat bestuursrechtelijke rechtsbescherming aan hen wordt geboden tegen de feitelijke verstrekking van informatie door een van de ondernemingen aan AFM. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de bestuursrechter niet geroepen een daarop gericht verzoek in te willigen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter brengt de bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursrechter en de civiele rechter met zich dat buiten de beoordeling van besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb, danwel het nalaten of weigeren een besluit te nemen, geen taak ligt voor de bestuursrechter en dat de burgerlijke rechter bevoegd is kennis te nemen van enige vordering gericht tegen vermeend onrechtmatig overheidshandelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen