Rb. Rotterdam 14 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2123
De beheerders van het Stadsregionaal Instrument Sluitende Aanpak-signaleringssysteem (SISA-signaleringssysteem) hebben aan eisers, als ouders/verzorgers van het kind, bij brief van 28 oktober 2011 bericht dat het kind is gesignaleerd door de politie en Bureau Jeugdzorg. Eén van de signalen is intussen uitgewerkt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers een actueel en reëel belang bij een uitspraak omdat de signalering van Bureau Jeugdzorg nog niet is uitgewerkt. Dit signaal is afgegeven op 5 oktober 2011 en blijft 24 maanden actief in SISA. Indien voor 5 oktober 2013 één enkel nieuw signaal aan het SISA zou worden afgegeven, zou dit vanwege het nog actieve signaal van Bureau Jeugdzorg tot gevolg hebben dat opnieuw een signalering in het SISA wordt opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de brief van 14 november 2011 terecht niet heeft gekwalificeerd als een bezwaarschrift. De brief is een reactie op de mededeling bij brief van 28 oktober 2011 van de beheerders van het SISA-signaleringssysteem dat het kind is gesignaleerd. Weliswaar is in de brief van de SISA-beheerders vermeld dat het mogelijk is om binnen veertien dagen bezwaar te maken, maar daarbij is verwezen naar artikel 36 van de Wbp. Het gebruik van de term “bezwaar maken” hoe verwarrend wellicht ook, betekent niet dat reeds daarom sprake is van een “bezwaar” als bedoeld in artikel 6:4 van de Awb. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Wbp, voor zover thans van belang, kan degene aan wie overeenkomstig artikel 35 van die wet kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, de verantwoordelijke verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen. De brief van 28 oktober 2011 is een kennisgeving als bedoeld in artikel 35 van de Wbp (zie ook de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 1 september 2011, LJN: BS8748). De brief van eisers moet in de systematiek van de Wbp en bezien tegen de achtergrond van de feitelijke aard van de verwerking van de initiële signalen en de feitelijke aard van de melding daarvan door de beheerders, begrepen worden als een verzoek op grond van artikel 36 van de Wbp. Pas wanneer dit verzoek wordt geweigerd of toegewezen is sprake van een rechtshandeling in de zin van artikel 1:3 Awb, waartegen bezwaar kan worden gemaakt in de zin van artikel 7:1 van de Awb (vergelijk de artikelsgewijze toelichting op artikel 45 van de Wbp, TK 1997-1998, 25892, nr. 3).
De uitspraak op rechtspraak.nl