Rb. Rotterdam 19 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1727
Ontvankelijkheidsperikelen verzoekschriften – Als een zaak is geëindigd door een (onvoorwaardelijk) sepot, brengt redelijke wetstoepassing mee dat de in artikel 89 Sv gestelde termijn een aanvang neemt vanaf de dag waarop mag worden aangenomen dat een gewezen verdachte op de hoogte is geraakt van de sepotbeslissing. Het op de laatste dag van die termijn om 18.36 uur per fax ingediende verzoekschrift is tijdig gedaan. Het verzoek om toekenning van een forfaitaire vergoeding in verband met het verzoek ex 89 Sv is een zelfstandig (op artikel 591a Sv gegrond) verzoek en kan niet worden gezien als een aanvulling op het 89 Sv-verzoek. Het 591a-verzoek is ruim vijf maanden na het einde van de zaak gedaan en derhalve niet tijdig.
De uitspraak op rechtspraak.nl