Rb. Rotterdam 31 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1114
Bij het primaire besluit is niet volledig op het verzoek van eiser om handhavend op te treden beslist omdat dit verzoek een verdergaande strekking had dan verweerder daarbij had aangenomen. Door in bezwaar wel uitdrukkelijk op de niet behandelde elementen van het verzoek in te gaan en het verzoek vervolgens in zoverre af te wijzen, heeft verweerder het primaire besluit volledig heroverwogen en deze fout hersteld. Eiser is ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord over het inspectierapport Wapendal dat na de hoorzitting in bezwaar in de besluitvorming van verweerder is betrokken. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:9 van de Awb tot stand gekomen. De rechtbank kan daarnaast, met eiser, niet volgen dat verweerder naar aanleiding van het deskundigenrapport zonder enig voorbehoud de opvatting van de commissie deelt dat er een concreet zicht op legalisatie bestaat. Naar het oordeel van de rechtbank waren ten tijde van de beslissing op bezwaar onvoldoende gegevens voorhanden om het standpunt in te nemen dat een concreet zicht op legalisatie bestond, zodat het bestreden besluit in zoverre onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. Het bestreden besluit dient wegens strijd met de artikelen 3:2, 7:9 en 7:12 van de Awb te worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit kunnen niet in stand blijven omdat over de legalisatie van de situatie waarop het onderhavige handhavingsverzoek betrekking heeft, nog onvoldoende duidelijkheid bestaat. Met betrekking tot legalisatie is een nadere beoordeling door verweerder nodig. De rechtbank overweegt verder dat een tweede verzoek om handhaving van de zijde van eiser bij verweerder aanhangig is, en door eiser een expertiserapport is ingebracht. Dit gaat het bestek van finale geschilbeslechting in het thans aanhangige beroep te buiten, omdat dit beroep is beperkt tot het bestreden besluit dat uiteindelijk is genomen op het verzoek om handhaving van eiser van 14 februari 2011. De rechtbank kan het beroep niet met deze (primaire) besluiten uitbreiden zodat zij zich niet inhoudelijk kan uitlaten over de op 13 juli 2012 verleende omgevingsvergunning en het tweede handhavingsverzoek. Het is aan verweerder om op het bezwaar tegen deze besluiten te beslissen en daarbij de besluiten in onderlinge samenhang te bezien. Verweerder zal, met inachtneming daarvan, een nieuw besluit op bezwaar moeten nemen met betrekking tot het handhavingsverzoek van 14 februari 2011. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien de behandeling van het beroep daarvoor aan te houden.
De uitspraak op rechtspraak.nl