Rb. Rotterdam 17 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BY9428

Beëindiging van de demonstratie van Occupy Rotterdam op het bordes Beurs-WTC. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de Rb. van oordeel dat het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam geen belanghebbende is in de zin van de Awb. De ABRS heeft onder meer in de uitspraak van 22-10-2008, 200706377/1 (LJN: BG1144) bepaald dat de hoedanigheid van belanghebbende in art. 1:2 lid 1 Awb niet voorbehouden is aan natuurlijke personen en rechtspersonen maar dat ook andere entiteiten als belanghebbende kunnen worden aangemerkt, mits zij herkenbaar zijn in het rechtsverkeer. Niet is gebleken dat het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam rechtspersoonlijkheid bezit, beschikt over een bestuur, statuten of een reglement heeft en ook op andere wijze herkenbaar is in het rechtsverkeer. Evenmin zijn bewijsstukken overgelegd, zoals een lijst met namen van aan de organisatie deelnemende personen, waaruit de samenstelling of structuur van het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam blijkt. Ter zitting is verklaard dat de organisatie een wisselende samenstelling kent, wat ondersteuning vindt in de correspondentie gericht aan Occupy Rotterdam met verschillende geadresseerden. Hoewel uit de stukken volgt dat [B] namens Occupy Rotterdam veelal de gesprekken met verweerder voerde, acht de Rb. dit onvoldoende om het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam als belanghebbende aan te merken. Het beroep van het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen