Rb. Rotterdam 21 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9069

Eiseres heeft op grond van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet verzocht handhavend op te treden tegen Schiphol wegens overtreding van artikel 24 van de Mededingingswet, omdat Schiphol haar sinds medio 2000 stelselmatig tegenwerkt bij de ontwikkeling en exploitatie van de in haar bezit zijnde gronden door gebruik te maken van contacten met betrokken overheden en daarbij een door haar gesteld luchtvaartbelang misbruikt om de planologische ontwikkelingen in het gebied rondom de luchthaven Schiphol op zodanige wijze te beïnvloeden dat de vastgoedbelangen van Schiphol worden gediend en concurrenten benadeeld. ACM heeft het verzoek om afgewezen ACM heeft terecht vooropgesteld dat beïnvloeding van overheidsprocedures op zichzelf is toegestaan en alleen in zeer bijzondere omstandigheden misbruik kan opleveren. Het ligt daarbij voor de hand om het hinderlijk interveniëren in overheidsprocedures om de mededinging op de vastgoedmarkt in de omgeving van Schiphol te verstoren en concurrenten te hinderen te beoordelen als een variant van de gedraging ‘hinderlijke procesvoering’, zoals aan de orde in de Promediazaak (T-111/96). ACN heeft op basis van de door eiseres naar voren gebrachte informatie en haar eigen onderzoek terecht geconcludeerd dat daarvan niet is gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft ACM voldoende en zorgvuldig onderzoek verricht. Ten aanzien van de gang van zaken rond het Groenenbergterrein heeft ACM vastgesteld dat diverse overheidsbesluiten en -procedures het eiseres tot 2007 onmogelijk hebben gemaakt om haar bouwplannen in dit gebied te realiseren en dat Schiphol inderdaad acties heeft ondernomen om bebouwing van het Groenenbergterrein te voorkomen. Ten aanzien van de reservering van de Tweede Kaagbaan heeft ACM vastgesteld dat eiseres daardoor vanaf 2003 werd gehinderd bij de ontwikkeling van een aantal van haar gronden. Op basis van de door eiseres geleverde informatie en eigen onderzoek heeft ACM geen concrete aanwijzingen gevonden dat Schiphol hierbij andere belangen beoogde te behartigen dan haar luchtvaartbelangen. Het is ACM niet gebleken dat de vastgoedbelangen van Schiphol een rol hebben gespeeld, zodat er geen aanwijzing is dat de gedragingen van Schiphol niet objectief gerechtvaardigd zouden zijn. Toetsing aan de Promedia-criteria hebben niet tot een andere conclusie geleid. Ook ten aanzien van de klachten met betrekking tot Badhoevedorp-Zuid, de Schipholzone en het criterium Schipholgebondenheid heeft ACM de gedragingen van Schiphol terecht niet gekwalificeerd als misbruik van een economische machtspositie, nu de door eiseres geleverde gegevens en het door ACM verrichte onderzoek daarvoor geen aanwijzingen hebben opgeleverd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken