Rb. Rotterdam 9 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9040

Vordering tot opheffing van erfdienstbaarheid gevestigd op een gang tussen twee panden in, die behoort tot de eigendom van één van die panden. Vordering tot het dichtmaken van een extra deur die is aangebracht door de eigenaar/gebruiker van het heersende erf in de betreffende gang. Vordering tot het verbieden aan de gebruikers van het heersende erf om in de gang spullen te plaatsen. Voor de inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze waarop deze moet worden uitgeoefend komt het aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte opgenomen, naar objectieve maatstacven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de erfdienstbaarheid. De eigenaar van het dienende erf moet dulden dat de eigenaar/gebruikers van het heersende erf iets doet dat hij anders niet mag - gebruik maken van de gang - maar de erfdienstbaarheid staat er niet aan in de weg dat de eigenaar van het dienende erf de gang ook zelf gebruikt, onder eerbiediging van de rechten van de eigenaar/gebruikers van het heersende erf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen