Rb. Rotterdam 3 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6845

In afwijking van het advies van VWS-commissie bezwaarschriften Awb meent NVWA dat het binnen het van toepassing zijnde wettelijk kader niet mogelijk is om de desbetreffende partij alsnog te etiketteren. NVWA heeft er in dit verband op gewezen dat punt A.1 van sectie 1 van Bijlage II bij Verordening (EG) Nr. 853/2004 vereist dat het identificatiekenmerk moet worden aangebracht voordat het product de productie-inrichting verlaat. Gelet op de “declaration of non-manipulation” van de officiële dierenarts van NVWA van 5 december 2012, het door de Chinese autoriteiten afgegeven “health certificate” en het in de stukken en op de verpakking vermelde nummer 370/02A61 kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid geen twijfel bestaan of de partij vis afkomstig is uit China. Dat op de verpakking de aanduiding van het land van herkomst (China of code CN) ontbreekt geeft – anders van NVWA eerst ter zitting stelt – in dit geval onvoldoende aanleiding om in twijfel te trekken dat het land van herkomst China is of dat de door de Chinese autoriteiten gecontroleerde partij vis de onderhavige partij vis betreft. Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat “behandeling of verwerking” in de zin van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van Verordening (EG) nr. 882/2004 uitsluitend kan zien op het product zelf, is daarmee niet gegeven dat “andere passende maatregelen” in de zin van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, van Verordening (EG) nr. 882/2004 uitsluitend kunnen bestaan uit “behandeling of verwerking” van het product zelf. Daargelaten welke status toekomt aan de informatie op de website van het Directoraat General Health and Consumers van de Europese Commissie, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het herstellen van de omissie van aanduiding van het land van herkomst in een geval als het onderhavige, waarin boven iedere twijfel duidelijk is wat het land van herkomst is, niet op een lijn is te stellen met het eerst aanbrengen van enig identificatiekenmerk buiten de productie-inrichting. De voorzieningenrechter is met Bayshore van oordeel dat NVWA in redelijkheid niet heeft kunnen afzien van het in overleg met Bayshore treffen van de hiervoor genoemde “andere passende maatregelen”, omdat Bayshore in het onderhavige geval onevenredig zal worden getroffen door vernietiging van de partij vis. Op 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Stb. 2013, 50; Wns) in werking getreden (Stb. 2013, 162). De wijzigingen in de Awb voorzien daarbij in het vervallen van artikel 8:73 van de Awb en invoering van titel 8.4 in de Awb. Gelet op artikel IV, eerste lid, van de Wns blijft op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing. Omdat het primaire besluit – dat als het eerste schadetoebrengende besluit kan worden aangemerkt – bekend is gemaakt voor 1 juli 2013 blijft artikel 8:73 van de Awb van toepassing. Niettemin ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om thans toepassing te geven aan die bepaling, omdat de eventueel te vergoeden schade pas kan worden vastgesteld bij de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. Het ligt dan ook op de weg van NVWA om zich over – een nader onderbouwd – verzoek om schadevergoeding te buigen bij de te nemen beslissing op bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen