Rb. Rotterdam 5 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6757

Eiseres is een beleggingsonderneming die om te voldoen aan het vereiste van vermogensscheiding een stichting (beleggersgiro) heeft opgericht. DNB heeft voor de laatste keer en voor slechts één jaar een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) verleend. De stichting houdt gelden aan in verband met aan- en verkoopprocessen van financiële instrumenten. Aan alle kenmerken van opvorderbare gelden is voldaan. Toezicht AFM is beperkt tot de regels van vermogensscheiding. Stichting valt niet onder het prudentieel toezicht van DNB, met uitzondering van het verbod opvorderbare gelden aan te houden. Gering eigen vermogen van eiseres en stichting valt niet onder enig garantiestelsel, zodat geen vangnet bestaat indien de stichting niet aan haar betalingsverplichtingen jegens de beleggers kan voldoen. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de belangen die het prudentieel toezicht beoogt te beschermen niet voldoende zijn gewaarborgd. De rechtbank is verder van oordeel dat de beperkte duur van een jaar te kort is en acht daarbij van belang dat sprake is van een jonge onderneming, die vóór de start van haar activiteiten, nauw overleg heeft gehad met AFM, DNB en het Ministerie van Financiën en dat andere beleggersgiro’s wel ontheffing hebben gekregen. Beroep is gegrond voor zover gericht tegen de beperking van de uur van de ontheffing. De rechtbank bepaalt zelf voorziend dat de ontheffing zal gelden tot en met 30 juni 2015.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen