Rb. Rotterdam 22 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6552
Hepaalde in Bijlage I, Hoofdstuk I, paragraaf 2, onder b - te weten dat gewonde, zwakke en zieke dieren niet in staat worden geacht te worden vervoerd, wanneer zij ernstige open wonden of een prolaps vertonen - wordt blijkens het bestreden besluit niet aan eiseres verweten. Het gaat dus om de vraag of voldoende is komen vast te staan dat sprake was van gewonde, zwakke en zieke dieren, die niet in staat worden geacht te worden vervoerd, omdat zij niet in staat waren zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, is daarvan ook sprake indien een dier zich weliswaar op eigen kracht, maar niet op eigen kracht pijnloos kon voortbewegen. De stelling van eiseres, dat niet kan worden vastgesteld of een varken pijn heeft, volgt de rechtbank niet. Zoals van de zijde van verweerder terecht is betoogd, heeft dierenarts J alleen beoordeeld of de dieren konden lopen en hanteert dierenarts J aldus een andere definitie van transportwaardig dan de Transportverordening. Pijn is daarin een essentieel beoordelingspunt. De rechtbank stelt niettemin vast dat dierenarts Quax ten aanzien van het varken met volgnummer 059649 niet spreekt over pijn en evenmin over krijsen of de houding van het varken als indicaties van pijn. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, is de enkele aanwezigheid van een ernstige open wond onvoldoende. De rechtbank is van oordeel dat niet in voldoende mate vaststaat dat het varken met volgnummer 059929 de verwondingen, zoals weergegeven in 1.1.2. onder 7), reeds had voor het transport. Daartoe is van belang dat de verklaringen van dierenartsen Quax en J lijnrecht tegenover elkaar staan en de door verweerder aangeleverde kleurenfoto’s naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijkheid kunnen verschaffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl