Rb. Rotterdam 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6356
Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat verweerster het begrip fusie in de vermelde bepaling te eng heeft geïnterpreteerd. Gegeven het feit dat in het kader van de overgang van de exploitatie van het betrokken zwembad van de stichting naar eiseres de werknemers van de stichting met ingang van 1 januari 2010 bij eiseres in dienst zijn gekomen met overgang van alle daarbij behorende tussen de stichting en de betrokken werknemers geldende verplichtingen, waaronder dus de pensioenvoorziening, was hier sprake van een activa- en passivatransactie tussen de stichting en eiseres. Dat de gemeente Leusden een overwegende invloed had in de stichting en uit dien hoofde als contractpartij van eiseres optrad bij de overgang van de exploitatie van het zwembad, doet daaraan niet af. De rechtbank heeft bij dit oordeel betrokken dat het begrip “activa- en passivatransactie” niet nauw is omschreven en dus ruim geïnterpreteerd kan worden, waartoe te meer aanleiding bestaat omdat volgens artikel 7e van het Vbb een verplichte vrijstelling ook in stand blijft in geval van een doorstart binnen één jaar na faillissement van de oude werkgever, indien ten minste 50% van de betrokken werknemers in dienst komt bij de nieuwe werkgever. Niet valt in te zien waarom in een zodanig geval wél en in een geval als het onderhavige niet een continuering van de verplichte vrijstelling op zijn plaats zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 7:15 Awb
- Artikel 8:73 Awb
- Artikel 1 Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000
- Artikel 2 Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000
- Artikel 6 Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000
- Artikel 7b Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000
- Artikel 7e Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000