Rb. Rotterdam 1 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6143

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de door verweerder gehanteerde norm voldoende duidelijk is en of verweerder het opleggen van de bestuurlijke boetes daarop heeft mogen baseren. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 december 2011 (Danske Svineproducenter, LJN: BU9821) volgt dat precisering van normen uit de Transportverordening onder voorwaarden niet in strijd hoeft te zijn met de Transportverordening. De door verweerder gehanteerde lineaire formule - los van de vraag of deze inhoudelijk gezien voldoende is onderbouwd, bijvoorbeeld door wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van de verhouding tussen benodigd vloeroppervlak enerzijds en anderzijds de toename van het gewicht van een dier, als gevolg van groei in de lengte en in de breedte - is niet bij (wettelijk) voorschrift vastgelegd. De rechtbank is reeds hierom van oordeel dat, anders dan in de Deense situatie, geen sprake is van uitgevaardigde normen die verenigbaar zijn met de bij de Transportverordening voorgeschreven minimum- en maximumnormen. Met de nadere normering in de door verweerder gehanteerde formule en de wijze van bepalen, vaststellen en (niet) publiceren van die nadere normering, is de voorzienbaarheid en rechtszekerheid echter juist niet versterkt. En anders dan verweerder stelt, was voor eiseres juist niet duidelijk en hoefde voor haar ook niet duidelijk te zijn dat verweerder de door hem gehanteerde exacte norm (waaraan zij niet voldeed) op haar van toepassing achtte en niet de in de Transportverordening genoemde marge (waaraan zij wel voldeed) en dat sprake was van een verboden gedraging als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van de Awb. Dit leidt naar het oordeel van de rechtbank tot strijd met het lex certa-beginsel. Naar het oordeel van de rechtbank is buiten tot prejudiciële verwijzing nopende twijfel dat uit het vorenstaande voortvloeit dat verweerder niet bevoegd was om eiseres de bestuurlijke boetes op te leggen, zodat geen aanleiding bestaat tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen