Rb. Rotterdam 24 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6012

Eiser (koper) heeft een woning gekocht, wil deze slopen en een nieuwe woning bouwen. Dan blijkt dat de woning een dienstwoning is en een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is voordat een bouwvergunning kan worden verleend voor het bouwen van een nieuwe woning. Koper stelt verkoper, verkopend makelaar en notaris aansprakelijk voor de schade die hij hierdoor lijdt. Geen schending mededelingsplicht. Onder de gegeven omstandigheden had het op de weg van de koper gelegen om onderzoek te (laten) doen naar de op de woning rustende bestemming, althans naar de haalbaarheid van zijn bouwplannen. Aangezien de notaris en de verkopend makelaar - die evenals de verkoper destijds niet bekend waren met de dienstwoningbestemming en de bouwplannen van koper - geen redenen hadden om aan te nemen dat op de woning de bestemming dienstwoning zou kunnen rusten, bestond er voor hen geen aanleiding om het bestem­mings­plan te raadplegen of koper erop te wijzen onderzoek te doen naar de bestemming van het pand. Niet gesteld is op grond waarvan een notaris gehouden is om bij de overdracht van een woning onderzoek te doen naar de daarop rustende bestemming indien, zoals hier aan de orde is, geen melding is gemaakt van een bijzondere bestemming in de transportakte krachtens welke de verkoper de eigendom heeft gekregen, in de koopover­een­komst geen bijzondere bestemming is opgenomen en de ligging van de woning geen duidelijke aanwijzing vormt voor het vermoeden dat het om een dienst­woning gaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen