Rb. Rotterdam 19 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10135

Weigering opheffing sluiting pand. Nu een van de eisers expliciet heeft aangegeven vanaf 12 maart 2012 een koffie- en theehuis in het pand te exploiteren, terwijl aan hem geen exploitatievergunning was verleend en hij deze op dat moment ook nog niet had aangevraagd, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen garanties aanwezig zijn dat zich geen herhaling zal voordoen van de exploitatie van een horeca-inrichting zonder geldende vergunning. Er is geen sprake van suggestieve mate van gevaar, maar van een op de verklaring van een van de eisers gebaseerde mate van gevaar. Door een enkele naamswijziging van de horecagelegenheid kan niet worden bewerkstelligd dat de op het pand rustende aanschrijving zijn geldigheid verliest en verweerder opnieuw moet overgaan tot een procedure om een illegale situatie te beëindigen. Het beleid van verweerder om gedurende de overname van een bestaande inrichting die geen problemen geeft of heeft gegeven in het verleden, de exploitatie door de nieuwe exploitant te gedogen tot de omzetting naar de nieuwe exploitant is geregeld, kan niet tot een andere conclusie leiden omdat daarmee miskend wordt dat er met de inrichting wel problemen waren die er uiteindelijk toe hebben geleid dat een last onder bestuursdwang is opgelegd. Daarnaast krijgt het beleid toepassing indien de bestaande, over te nemen inrichting beschikt over een geldige exploitatievergunning en daarvan was in het onderhavige geval geen sprake. Verder oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van rechtsongelijkheid, waar in geval van sluiting van een pand op grond van de Opiumwet, de sluiting beperkt is in tijd en maximaal één jaar duurt, terwijl het in geding zijnde pand inmiddels ruim anderhalf jaar is gesloten. De bevoegdheden van beide wetten dienen een ander doel, nu sluiting van een pand op grond van de Opiumwet tot doel heeft om de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand te herstellen in geval van de aanwezigheid van verdovende middelen in het betreffende pand, terwijl een sluiting als hier aan de orde tot doel heeft om te voorkomen dat (opnieuw) wordt gehandeld in strijd met de wet- en regelgeving.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen