Rb. Rotterdam 5 november 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:CA3851
Verzoek om opheffing spoedwaarschuwing (besluit 1) en verzoek tot schorsing besluit als bedoeld in art. 1:76 Wft tot benoeming van een stille curator (besluit 2). Behandeling achter gesloten deuren. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting en de stukken stelt de voorzieningenrechter vast dat hij met betrekking tot besluit 2 thans niet in staat is om tot een (weloverwogen) oordeel te komen, omdat met uitzondering van besluit 2, de op die zaak betrekking hebben stukken ontbreken. Zo ontbreekt enige onderbouwing van de financiële situatie die in besluit 2 wordt geschetst van A en aan haar gelieerde ondernemingen. Voorts ontbreken verslagen van de hoorzittingen die bij DNB hebben plaatsgevonden in de aanloop naar besluit 2 (en besluit 1). Ten slotte heeft DNB verzuimd de schriftelijke zienswijze van AFM over te leggen. Gelet op artikel 8:41 in verbinding met artikel 8:83, eerste lid, van de Awb had het op de weg van DNB gelegen die stukken voor (of uiterlijk tijdens) de zitting in te dienen. Voorts ligt het op de weg van DNB besluit 2 op de voet van artikel 3:46 en 3:47 van de Awb, zo nodig nader te onderbouwen. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om DNB bij tussenuitspraak alsnog in de gelegenheid te stellen binnen vijf werkdagen na verzending van deze uitspraak de op de zaak betrekking hebben stukken in te dienen en – voor zover nodig – de financiële gevolgtrekkingen in besluit 2 nader te onderbouwen en een afschrift daarvan aan de gemachtigde van verzoeksters te sturen. Hij ziet voorts aanleiding om vooralsnog besluit 2 te schorsen. Nadat DNB de verzochte stukken heeft ingediend zullen verzoeksters in de gelegenheid worden gesteld (schriftelijk) daarop te reageren, waarna de voorzieningenrechter einduitspraak zal doen. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om enige voorziening te treffen ten aanzien van besluit 1.
De uitspraak op rechtspraak.nl