Rb. Rotterdam 6 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY6548
Vormverzuimen bij binnentreden en doorzoeken: 1. niet kan worden vastgesteld dat er een geldige machtiging is afgegeven; 2. machtiging ten onrechte door een hulpovj afgegeven 3. gehandeld in strijd met artikel 1 lid 1 en artikel 2 lid 1 van de Algemene Wet op het Binnentreden 4. De rechter-commissaris was niet voortdurend lijfelijk aanwezig bij doorzoeking en heeft geen rekenschap afgelegd van maatregelen in verband met bereikbaarheid in een proces-verbaal. De onder 1 en 4 bedoelde verzuimen doen zich voor maar leiden niet tot bewijsuitsluiting. Ongewenstverklaring zoals bedoeld in artikel 197 Sr heeft te gelden als een terugkeerbesluit in de zin van de Terugkeerrichtlijn en omvat tevens een inreisverbod. Bepalingen van de terugkeerrichtlijn zijn - voor zover voldoende concreet - van toepassing, nu de bepalingen van de richtlijn, in strijd met het bepaalde in artikel 20 van die richtlijn, niet vóór 24 december 2010 zijn geïmplementeerd in onze nationale wetgeving. Dit geldt ook indien de datum van ongewenstverklaring en de in de tenlastelegging vermelde pleegdatum gelegen zijn vóór 24 december 2010. Beroep op expiratie periode van inreisverbod van vijf of drie jaar (ex artikel 11, tweede lid van de Terugkeerrichtlijn of artikel 6.5a, derde lid van het Vreemdelingenbesluit) door verblijf van verdachte in Spanje, faalt nu inreisverbod toegang tot en verblijf op het grondgebied van alle lidstaten, waaronder Spanje inhoudt.
De uitspraak op rechtspraak.nl