Rb. Rotterdam 23 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY2601

Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter kan uit de door AFM vastgestelde feiten en omstandigheden niet met de vereiste mate van zekerheid de conclusie worden getrokken dat verzoekster met de drie beschreven transacties heeft beoogd een kunstmatige koers voor het aandeel [A] te bewerkstelligen. De slotsom is dat de voorzieningenrechter door AFM voorshands niet overtuigend bewezen acht dat verzoekster zich op [datum] heeft schuldig gemaakt aan marktmanipulatie. Gelet daarop was AFM niet bevoegd tot het opleggen van de boete bij het bestreden besluit, zodat de publicatie daarvan reeds daarom voor schorsing in aanmerking komt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen