Rb. Rotterdam 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX8460
Bevoegdheidsincident; arbitraal beding in algemene voorwaarden; toepasselijkheid algemene voorwaarden; 'battle of forms'. Vooropgesteld dient te worden dat het enkele feit dat zowel in de hoofdzaak als in het bevoegdheidsincident de vraag naar de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onderwerp van geschil uitmaakt, nog niet met zich brengt dat een in het bevoegdheidsincident genomen conclusie moet worden aangemerkt als een mede in de hoofdzaak genomen conclusie. Nu het geschil in de hoofdzaak zich mede richt op de verkrijging van een verklaring voor recht dat de algemene voorwaarden van eiser van toepassing zijn, is inherent aan de aard van de ingestelde vordering in de hoofdzaak dat de incidentele conclusie grotendeels dezelfde stellingname zal vervatten als de conclusie van antwoord in de hoofdzaak. Dit laat onverlet dat een redelijke procesorde met zich brengt dat gedaagde gerechtigd is tot het nemen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak, alleen al omdat in de hoofdzaak ook nog andere punten aan de orde zijn. Verzoek om tussentijds hoger beroep afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl