Rb. Rotterdam 6 september 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX8212
Tenuitvoerlegging in Nederland van in Duitsland gewezen rechterlijke beslissing. In Duitsland - voor zover hier van belang - veroordeeld tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Onder meer sprake van poging tot doodslag. Sprake van het vereiste opzet. Dat de veroordeelde, vanwege zijn psychische gesteldheid en zijn alcoholgebruik, de vrijheid niet had om zijn wil te bepalen en keuzes te maken, betekent nog niet dat bij hem ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. Omdat de veroordeelde ontoerekingsvatbaar is, volgt ontslag van alle rechtsvervolging. De in Duitsland opgelegde maatregel wordt omgezet in de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar. Hieraan doet niet af dat de tenuitvoerlegging van de maatregel in Duitsland reeds sinds 2004 heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet geen reden voor analoge toepassing van artikel 31, tweede lid, van de WOTS om de reeds ondergane behandeltijd af te trekken. Ook geen sprake van strijd met het verbod op verzwaring van de strafrechtelijke positie van de gevonniste persoon bij omzetting van de veroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 37 Sr
- Artikel 45 Sr
- Artikel 287 Sr
- Artikel 310 Sr
- Artikel 2 WOTS
- Artikel 3 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 30 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 5 WVW
- Artikel 7 WVW
- Artikel 8 WVW
- Artikel 2 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen