Rb. Rotterdam 30 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX6901

Met gebruikmaking van de uitgebreide voorbereidingsprocedure verlenen omgevingsvergunning onder voorwaarden voor het uitvoeren van werkzaamheden, het handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening en het handelen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Chw is van toepassing. Met art. 2.7 van de Wabo wordt de mogelijkheid beperkt om activiteiten over meerdere projecten en aanvragen om vergunning te verdelen. Dit betekent dat activiteiten die onlosmakelijk met elkaar samenhangen niet los van elkaar mogen worden beoordeeld, zodat deze activiteiten ook niet los van elkaar kunnen worden aangevraagd. Bij onlosmakelijk samenhangende activiteiten gaat het om handelingen die tegelijkertijd in twee of meer activiteitencategorieën vallen. Naar het oordeel van de Rb. doet deze situatie zich hier niet voor. Het Casco is weliswaar ten behoeve van de realisatie van het Park A4, maar is er niet onlosmakelijk aan verbonden. Het Casco kan – feitelijk bezien – worden gerealiseerd zonder de rest van het plan ooit uit te voeren. Nu geen sprake is van twee of meer activiteiten die fysiek niet te scheiden of op te splitsen zijn, is geen sprake van onlosmakelijk samenhangende activiteiten in de hiervoor bedoelde zin, zodat het beroep op art. 2.7 van de Wabo faalt. De Wabo bevat geen bepalingen inhoudende dat een bestuursorgaan pas nadat een bestemmingsplan onherroepelijk is geworden gebruik mag maken van zijn bevoegdheid om in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, terwijl aanhouding van de besluitvorming evenmin anderszins geboden was. Aan het vereiste van een goede ruimtelijke onderbouwing is voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen