Rb. Rotterdam 16 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX5633

Tussenuitspraak. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb, nu in het dictum is volstaan met het gegrond verklaren van het bezwaar en het herroepen van de bij het primaire besluit verleende omgevingsvergunning voor een gemeenschappelijk dak op twee woningen, zonder dat gelijktijdig opnieuw op de aanvraag is beslist, terwijl dit in het onderhavige geval wel had gemoeten. De rechtbank ziet zich niet in staat het geschil definitief te beslechten. Verweerder krijgt de gelegenheid het gebrek binnen vier weken te herstellen. De vraag welke gevel van een gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt, moet primair beantwoord worden aan de hand van de voorschriften van het bestemmingsplan en/of de bouwverordening. Indien deze geen uitsluitsel geven, is de feitelijke situatie doorslaggevend. Op grond van de bouwverordening kunnen voor de woning op het perceel (adres A) twee voorgevelrooilijnen aangenomen worden, zodat de bouwverordening geen uitsluitsel biedt. Gelet op de feitelijke situatie moet de gevel aan de oostzijde van deze woning als voorgevel worden aangemerkt nu de voordeur, het huisnummer, de brievenbus en de oprit naar de garage zich daar bevinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen