Rb. Rotterdam 14 juni 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW8427
De rechtbank acht de omstandigheid dat in de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 geen correctiemechanisme is opgenomen voor de eenmalige bedragen, die vergunninghouders verschuldigd zijn voor het gebruik van frequentieruimte voor landelijke commerciële radio-omroep, niet in strijd met de wet en evenmin in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel. Het betoog van eiseres, dat onzekerheid over de prijs waarvoor de nog te verdelen kavel A7 aan een markttoetreder zal worden vergund tot een correctiemechanisme aanleiding had moeten geven, slaagt niet. De vraag of kavel A7 in de toekomst zal worden vergund en voor welk bedrag uitgifte van de vergunning uiteindelijk zal plaatsvinden, is afhankelijk van voortdurend veranderende economische factoren en onvoorspelbare marktomstandigheden. Deze maken de verkoop feitelijk tot een toekomstige onzekere gebeurtenis, waarmee ten tijde van het vaststellen van de Regeling nog geen rekening kon worden gehouden. Onder deze omstandigheden kan van de regelgever niet in redelijkheid worden gevergd om op voorhand in de Regeling de parameters vast te stellen, die bepalend zullen zijn voor de omvang van een eventuele correctie. Gelet hierop is er geen aanleiding om de Regeling in zoverre onverbindend te achten. Het in artikel 4 van de Regeling opgenomen correctiemechanisme voor de kosten van vergunningen voor digitale radio-omroep, is niet vergelijkbaar met het door eiseres gewenste correctiemechanisme.
De uitspraak op rechtspraak.nl