Rb. Rotterdam 6 april 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW1128
Veroordeelde is in Italië in 1999 bestraft met een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren voor de invoer en het voorhanden hebben van zware wapens en munitie in de periode van 1988 tot 1992. Na zijn veroordeling is de veroordeelde uit detentie gevlucht. Hij is meer dan tien jaar voortvluchtig geweest. Bij zijn aanhouding in 2010 was hij woonachtig in Nederland. De rechtbank verklaart op verzoek van de Italiaanse autoriteiten de tenuitvoerlegging van de Italiaanse straf in Nederland toelaatbaar. De feiten worden naar Nederlands recht gekwalificeerd als handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De rechtbank zet de straf om in een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Dit is welhaast de maximaal op te leggen gevangenisstraf, waarbij rekening is gehouden met de ‘bijzondere omstandigheden’ van het geval. WOTS.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 47 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 2 WOTS
- Artikel 3 WOTS
- Artikel 4 WOTS
- Artikel 6 WOTS
- Artikel 7 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 30 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 14 WWM
- Artikel 26 WWM
- Artikel 55 WWM
- Artikel 3 EVRM
- Artikel 5 EVRM
- Artikel 2 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 6 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
- Artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen