Rb. Rotterdam 22 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW0946
Boete vanwege overtreding artikel 2:55 van de Wft. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat [eiseres] in het geheel geen verwijt van de overtreding valt te maken. AFM heeft met het matigen van de boeten rekening gehouden met de in de uitspraak genoemde feiten en omstandigheden. Overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM
De uitspraak op rechtspraak.nl