Rb. Rotterdam 29 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW0945

DNB heeft de aanvraag van eiser om uitkering uit hoofde van het depositogarantiestelsel afgewezen. Zij heeft het maximumbedrag van € 100.000 toegewezen aan (de beheervennootschap van eiser en) zijn vrouw. Eiser meent dat hij en zijn vrouw personen zijn als bedoeld in artikel 19, onder c, Bbpm. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de deposito-overeenkomsten met DSB niet dat de beheervennootschap krachtens overeenkomst of wet op eigen naam deposito’s bij DSB aanhield. Dat eiser en zijn vrouw in de deposito-overeenkomst worden vermeld als uiteindelijk belanghebbende maakt dit niet anders. DNB heeft voorts onbestreden gesteld dat de Akte tot inbreng ten titel van storting op aandelen en de jaarrekening van de beheervennootschap zich niet in de administratie van DSB bevonden, terwijl gesteld noch gebleken is dat die stukken destijds wel zijn overgelegd aan DSB.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen