Rb. Rotterdam 9 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV8853

De rechter-commissaris heeft met het hanteren van het noodzaakcriterium een onjuiste toets aangelegd bij de beoordeling van het verzoek van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever met de ruime formulering van artikel 208 Sv kennelijk de bedoeling heeft gehad dat de getuige(n) die de verdachte wenst te horen door de rechter-commissaris moet(en) worden gehoord, mits de verdachte daarbij een rechtens relevant belang heeft. Dit voor zover het aantal te horen getuigen de redelijke grenzen niet overschrijdt. Het bezwaar wordt gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen