Rb. Rotterdam 1 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV8317
Eiseressen, die allen reizen aanbieden aan consumenten met (voornamelijk) bestemming Turkije, verzoeken in dit kort geding om (ondermeer) schorsing van het besluit tot wijziging van het deelnemersreglement van Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) en de besluiten van 25 januari 2012 van SGR tot beëindiging van het SGR-deelnemerschap per 1 maart 2012. De vorderingen worden afgewezen. De rechtbank heeft bij vonnis van 21 december 2011 inzichtelijk gemaakt hoe zij tot afwijzing van de vordering van eiseressen om voor recht te verklaren dat de besluiten tot wijziging van het deelnemersreglement d.d. 14 december 2009 en 8 januari 2010 nietig zijn, is gekomen. De voorzieningenrechter kwalificeert het bindend advies d.d. 23 februari 2012 inzake het beroep tegen het bestuursbesluit d.d. 25 januari 2012 van SGR als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW. Uit artikel 7:904 lid 1 BW volgt dat voornoemde uitspraak van de CvB slechts vernietigbaar is, indien geoordeeld zou moeten worden dat de gebondenheid van eiseressen aan die uitspraak in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat betekent dat de (voorzieningen)rechter slechts een marginale toetsingsbevoegdheid toekomt. Er zijn naar voorlopig oordeel geen aanwijzingen dat gebondenheid van eiseressen aan de uitspraak van de CvB inverband met de wijze van totstandkoming van de inhoud daarvan, in de gegeven omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
De uitspraak op rechtspraak.nl