Rb. Rotterdam 26 januari 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV2005
De Nederlandse Zorgautoriteit heeft aan eiser een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 61 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), omdat hij niet heeft voldaan aan het inlichtingenverzoek met betrekking tot het Kostenonderzoek Huisartsenzorg 2008. Gelet op de ingevolge de Wmg op verweerder rustende taak de door huisartsen in rekening te brengen tarieven vast te stellen, was verweerder bevoegd gegevens en inlichtingen te vorderen aangaande de omvang en de kosten van een huisartsenpraktijk. Ondanks de - volgens eiser - fundamentele kritiek van onder meer de beroepsorganisaties op de opzet van het onderzoek en de vragenlijst, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat deze gegevens in het geheel niet kunnen bijdragen aan het vervullen van deze taak door verweerder. Derhalve kan niet de conclusie worden getrokken dat de van eiser gevraagde gegevens en inlichtingen redelijkerwijs niet nodig waren voor de uitvoering van de wet door verweerder. In beginsel was eiser op grond van artikel 61, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wmg gehouden deze gegevens en inlichtingen te verstrekken. Op grond van de door eiser aangevoerde - en door verweerder niet betwiste - samenloop van omstandigheden kon in redelijkheid niet van eiser worden verwacht dat hij uiterlijk op de door verweerder gestelde datum de gevraagde inlichtingen zou verstrekken. Verweerder had eiser in redelijkheid uitstel dan wel vrijstelling moeten verlenen voor het meewerken aan het Kostenonderzoek Huisartsenzorg 2008.Van schending van de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 61 van de Wmg is geen sprake. Hieruit volgt dat verweerder niet bevoegd was tot het opleggen van een boete aan eiser.
De uitspraak op rechtspraak.nl