Rb. Rotterdam 11 juli 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:9088
Levensverzekering, proefproces, partijen beogen prejudiciële vraag te doen stellen omtrent de informatieverstrekkingsverplichting van verzekeraar met betrekking tot de tariefstructuur, gevorderd wordt verklaring voor recht, vonnis na comparitie van partijen omtrent enkele specifieke vragen, verzekeraar is op grond van het bepaalde in de Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1998 (RIAV 1998) niet gehouden de door verzekeringnemer gewenste informatie te verschaffen, verzekeraar wenst vraag beantwoord te zien of uit de precontractuele goede trouw en/of eisen van redelijkheid en billijkheid een dergelijke verplichting wel voortvloeit, waarbij zij stelt dat art. 31 lid 3 van de Derde Levensrichtlijn daaraan in de weg staat, partijen wensen zich niet uit te laten over vraag of in casu concreet sprake is geweest van het niet nakomen van deze verplichting maar willen alleen een oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het antwoord op de algemene vraag, gezien groot aantal vergelijkbare geschillen is het in het belang van een efficiënte rechtspraak om op zo kort mogelijke termijn hier een oordeel over te verkrijgen, partijen dienen zich daartoe uit te laten over de vraag of verzekeraar deze verplichting in casu niet is nagekomen voor zover ruimte zou bestaan voor toetsing daaraan.
De uitspraak op rechtspraak.nl