Rb. Rotterdam 14 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:9087
Levensverzekering, proefproces, partijen beogen prejudiciële vraag te doen stellen omtrent de informatieverstrekkingsverplichting van verzekeraar met betrekking tot de tariefstructuur, gevorderd wordt verklaring voor recht, verzekeraar stelt dat de Derde Levensrichtlijn zich verzet tegen aannemen van verdergaande verplichtingen dan die welke voortvloeien uit Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1998 (RIAV 1998), rechtbank gelast comparitie van partijen, partijen dienen zich uit te laten over de aanwezig van voldoende belang als bedoeld in 3:303 BW omdat de procedure tot het stelle van prejudiciële vragen niet is bedoeld voor vragen van louter academisch belang, voorts wil de rechtbank op de hoogte worden gesteld van de kosten en premies waaromtrent verzekeringnemer concreet had willen worden geïnformeerd nu de RIAV 1998 voorkomt als een open en veelomvattende norm die de kosten en premies in beginsel lijkt te omvatten.
De uitspraak op rechtspraak.nl