Rb. Rotterdam 22 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BV1290
AFM heeft besloten invordering van verbeurde dwangsommen ter hoogte van € 8.000 vanwege het niet opvolgen van een onherroepelijke last om de bemiddelingsactiviteiten te staken. Naar het oordeel van de rechtbank is niet zozeer maatgevend dat Leadprovider meer dan NAW-gegevens verstrekte aan aanbieders, maar dat Leadprovider overeenkomsten met specifieke aanbieders had afgesloten met de bedoeling specifieke consumenten in contact te brengen met die aanbieders. De rechtbank wijst hier op de inhoud van de overeenkomsten, waarbij sprake was van financiële vergoedingen voor het ophalen van de nieuwe leads door de aanbieders en financiële vergoedingen voor het beschikbaar stellen van de infrastructuur aan de aanbieders. Verder staat vast dat Leadprovider op haar websites met het oog op die gesloten overeenkomsten cliëntgegevens inwon. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus sprake van bemiddelen in de zin van de artikelen 1:1 en 2:80 lid 1 Wft. Daar komt bij dat Leadprovider inderdaad meer gegevens opvroeg dan NAW-gegevens, zoals AFM in haar onderhavige besluitvorming doorslaggevend heeft geacht. Ten aanzien van het tweede en derde onderdeel van de last stelt de rechtbank vast dat Leadprovider pas in de middag van de derde dag na het verstrijken van de begunstigingstermijn per e-mailbericht heeft bevestigd dat zij het bemiddelen heeft gestaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl