Rb. Rotterdam 1 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU9112

De beoordeling van de rechtmatigheid van een toerekeningsbesluit beperkt zich tot de vraag of is voldaan aan de in de artikelen 82 en 84 van de WIA gestelde voorwaarden. Hierin ligt tevens besloten dat van de zijde van eiseres tevergeefs een beroep is gedaan op enige schending door verweerder van algemene beginselen van behoorlijk bestuur door het achterwege laten van een herbeoordeling van [werknemer] en het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen. Deze beginselen kunnen slechts een rol spelen bij de verhaalsbesluiten. Artikel 115 van de Wet WIA staat er aan in de weg staat dat eiseres eerst in de onderhavige procedures grieven formuleert tegen de WGA-uitkering. Met betrekking tot de verhaalsbesluiten heeft eiseres niet bij verweerder of de Belastingdienst om informatie gevraagd omtrent lopende WGA-rechten die eventueel voor rekening van eiseres zouden komen nadat zij eigenrisicodrager zou zijn geworden. Dit mocht wel van haar worden verwacht. Het gegeven dat het Uwv geen herbeoordeling(en) van de mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer alsmede activiteiten ter bevordering van de re-integratie van de werknemer heeft verricht, leidt evenmin tot de conclusie dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Voorts heeft verweerder met het nalaten van de door de verzekeringsarts geadviseerde herbeoordeling na zes maanden, de algemene rechtsbeginselen niet op zodanige wijze geschonden dat de consequenties hiervan niet voor rekening van eiseres mogen worden gebracht. De rechtbank acht daarbij van belang dat het wel voldoen aan de verplichtingen niet per definitie zou hebben geleid tot een ander oordeel en derhalve tot andere verhaalsbesluiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen