Rb. Rotterdam 1 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU9028

Door middel van op 16 juni 2008 en 18 juli 2008 gedateerde aanvraagformulieren zijn ten behoeve van gekwalificeerde deelneming in eiseres verklaringen van geen bezwaar aangevraagd door negen aanvragers. DNB heeft verklaringen van geen bezwaar verleend aan de aanvragers. Het besluit van 18 februari 2009, waarbij de heffingen voor de kosten die samenhangen met de negen aanvragen om verklaringen van geen bezwaar zijn vastgesteld op negen maal € 1.000,-, is gericht tot eiseres. Uit de tekst van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van het Bbft volgt dat DNB eenmalig een bedrag in rekening brengt aan de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de factuur, dan wel de facturen, gericht moet(en) zijn tot de negen aanvragers van de verklaringen van geen bezwaar (vergelijk de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2011, LJN BR4191). De rechtbank stelt vast dat het besluit van 18 februari 2009 ten onrechte is gericht tot eiseres in plaats van tot de aanvragers.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen