Rb. Rotterdam 25 augustus 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT8903
Tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a van de Algemene wet bestuursrecht. Besluit op grond van artikel 37 van de Mededingingswet: voor de concentratie, het verkrijgen van zeggenschap door Van Drie Holding B.V. over Alpuro Holding B.V. is geen vergunning vereist. Verweerder beziet bij de beoordeling van een concentratie die mogelijk leidt tot het creëren of versterken van inkoopmacht of die inkoopmacht een negatief effect heeft op de markt voor eindproducten, de verkoopmarkt, teweeg kan brengen dat ten koste gaat van de consumentenwelvaart. De door verweerder gehanteerde economische uitgangspunten vallen binnen een redelijke beleidstoepassing. De rechtbank kan zich ook verenigen met de gehanteerde uitgangspunten. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat niet alleen rekening moet worden gehouden met de structuur van de betrokken markten en de positie van de relevante ondernemingen, maar ook met de keuzemogelijkheden van afnemers en leveranciers en hun toegang tot voorzieningenbronnen en afzetmarkten. De geografische omvang van de inkoopmarkt van kalveren ten behoeve van de slacht heeft verweerder vastgesteld op Nederland. De verkoopmarkt voor de productie en verkoop van kalfsvlees heeft verweerder afgebakend als Europees. Volgens verweerder is na de concentratie sprake van inkoopmacht, maar doen de mogelijke negatieve gevolgen van deze inkoopmacht zich in het onderhavige geval niet voor omdat de fuserende partijen geen dominante positie hebben op de Europese “downstream-markt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voor de geografische afbakening van de verkoopmarkt als Europees onvoldoende onderzoek heeft verricht en deze afbakening onvoldoende heeft gemotiveerd waar het gaat om de gestelde mogelijkheid voor de Nederlandse afnemers om kalfsvlees van buiten Nederland te kunnen betrekken. Als er sprake zou zijn van “deficit markets” in Duitsland, Italië en Frankrijk dan is dit een sterke indicatie voor het bestaan van aparte nationale verkoopmarkten. Dit kan gevolgen hebben voor de mogelijkheid van afnemers in Nederland om over te stappen op buitenlandse aanbieders van kalfsvlees indien de concentratie de prijzen voor kalfsvlees zou verhogen. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl