Rb. Rotterdam 25 augustus 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR6533

DNB heeft aanvraag om uitkering uit hoofde van het depositogarantiestelsel die is ingediend na afloop van de indieningstermijn van vijf maanden buiten behandeling gesteld. Vaststaat dat eiser niet binnen de termijn van vijf maanden als bedoeld in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, Bbpm een aanvraag heeft ingediend bij DNB. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 20 juni 2008 (LJN BD5312) stelt de rechtbank voorop dat de termijn van vijf maanden niet in strijd komt met enige rechtsregel en niet onredelijk is. Het lag op de weg van eiser om zich er tijdig van te vergewissen dat er nog rente op zijn DSB-rekening werd bijgestort. Dat hij om hem moverende redenen heeft nagelaten stappen te ondernemen nadat hem was gebleken dat hij geen digitale inzage meer had in zijn rekeninggegevens na het faillissement dient voor zijn rekening te komen. Dat eiser diverse berichten omtrent een rentetegoed van € 630,63 niet hebben bereikt doordat hij is verhuisd zonder zijn nieuwe adres aan DSB door te geven, komt eveneens voor zijn risico. De door eiser geschetste omstandigheden kunnen dan ook niet leiden tot het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen